Het verplaatsen van de tijdelijke begraafplaatsen is voor de bewoners een zware beproeving. Het werk brengt bij de bewoners plotseling een pijnlijke en confronterende vraag naar boven. Stel dat D-Day niet meer herdacht zou worden, wat blijft er dan nog over van de gebeurtenissen in 1944, behalve dan de herinneringen in het collectieve geheugen? Het is een vraag waar ook Alexandre Renaud mee worstelt. Hij is apotheker en was burgemeester van Sainte-Mère-Eglise bij de Bevrijding. Hij besluit met de voorbereidingen te beginnen voor het oprichten van een museum.

Première pierre Airborne Museum 1963

In die jaren van wederopbouw, valt het niet meer om een museum op poten te zetten, maar ondanks dat wordt er een terrein gevonden vlak bij het plein, in het hart van het dorp dat op 6 juni  zo belangrijk was voor de parachutelandingen van de 82e Airborne Divisie. Van 1956 tot 1958 stuurt Renaud steeds meer brieven naar de Franse en Amerikaanse autoriteiten om de benodigde fondsen te verzamelen voor een gebouw waarin de oorlog herdacht kan worden.

pose de la premiere pierre Airborne Museum 1963

 

Er is een vernieuwend concept nodig op het gebied van museuminrichting: het hoogtepunt van de tentoonstelling wordt een zweefvliegtuig dat meedeed aan de operaties op D-Day. In mei 1957 dient Alexandre Renaud officieel een verzoek in bij de 82e Airborne Divisie. De Amerikanen zijn enthousiast over het idee et steken er veel energie in om dit zeldzame museumstuk te vinden.

In 1959 wordt dokter Jean Masselin burgemeester van Sainte-Mère-Eglise. Hij neemt de verantwoordelijkheid op zich om het museum ook echt van de grond te krijgen.

 

Begin jaren 1960 krijgt de nieuwe burgemeester heel goed nieuws: het Amerikaanse leger heeft inderdaad het wrak gevonden van een zweefvliegtuig, een Waco CG4A uit 1943. Het toestel verkeert in slechte staat en is voor restauratie toevertrouwd aan de werkplaats van het vliegveld van Salis de la Ferté-Alais in de omgeving van Parijs. De vereniging voor de ‘Exposition permanente des troupes aéroportées’ (de permanente tentoonstelling van de luchtlandingstroepen, vallend onder de wet van 1901) ziet het daglicht en neemt het op zich om het toekomstige museum te gaan exploiteren. Op 6 juni 1963 legt een hoge gast de eerste steen, de ambassadeur van de Verenigde Staten in Frankrijk, generaal Gavin.

De opening van het gebouw (dat de vorm heeft van een parachute) vindt plaats op 6 juni 1964 in aanwezigheid van onder anderen de generaals Ridgway en Taylor. Het grote avontuur kan eindelijk beginnen…

Tussen 1975 en 1977 doet een enthousiaste vliegtuigliefhebber een uitzonderlijk maar ook enigszins overweldigend aanbod aan de leden van de vereniging van het museum. Ze kunnen een echt transportvliegtuig krijgen en niet zomaar één: de beroemde Douglas C-47 Skytrain. Een legendarisch vliegtuig dat deelnam aan droppingsoperaties van de parachutisten boven Sainte-Mère-Eglise in de nacht van 5 op 6 juni 1944. De vereniging besluit om er een mooie plek voor vrij te maken in het park en begint met de aanleg van een tweede gebouw, dit keer in de vorm van een Deltavormige vleugel. De opening is op 6 juni 1983.

min-pose-premiere-pierre

 

 

PYM_2544In de loop der jaren past het museum zich telkens aan de wensen van de bezoekers aan. Zo laat de vereniging een derde gebouw aanleggen in de vorm van een vliegtuigvleugel. De naam: Operatie Neptune. Bij de inauguratie op 5 juni 2014 zijn veel veteranen aanwezig, zoals Don Jakeway, veteraan van de 82e Airborne Divisie en generaal Nicholson van de  82e Airborne Divisie.

 

centre de conférence Ronal Reagan

Een vierde gebouw wordt geopend op 19 mei 2016: het Conferentie Centrum Ronald Reagan. Dit bestaat uit een ruimte voor tijdelijke tentoonstellingen en een filmzaal voor 120 personen. In het gebouw zijn bovendien een museumdepot en een ontvangstruimte ondergebracht.