Omar Nelson Bradley

Omar Nelson Bradley is geboren in 1893 in de stad Clark in Missouri. In 1915 verlaat hij de Militaire Academie van West Point als officier. Hij wordt commandant van het Infanterie Opleidingscentrum van Fort Benning, en daarna commandant van de latere 82e Airborne Divisie en de 28e Infanterie Divisie.

Bradley staat in Noord-Afrika, onder bevel van generaal Patton, aan de basis van de verovering van Tunesië in mei 1943, en daarna van Sicilië in augustus 1943. Een paar maanden later wordt Generaal Bradley naar Engeland geroepen om Operatie Overlord voor te bereiden en het commando op zich te nemen van het 1e Amerikaanse leger.

Op 6 juni 1944 bevindt Bradley zich op het slagschip USS Augusta en kijkt hoe de invasie op de stranden van Utah en Omaha verloopt. In augustus 1944 neemt hij het commando over van de 12e Leger.

Na de oorlog houdt Bradley zich tussen 1945 en 1947 bezig met de militaire dienst belast met de pensioenbetalingen aan veteranen. Van 1948 tot 1949 is hij Stafchef van het Amerikaanse Leger als vervanger van Eisenhower. Hij wordt voorzitter van de  Stafchefs. In 1950, aan het eind van zijn militaire loopbaan wordt hij benoemd tot vijfsterren generaal.

Hij keert terug in de maatschappij in 1953, gaat werken en overlijdt in 1981 in New-York. Hij wordt begraven op de nationale militaire begraafplaats van Arlington.

Joseph Lawton Collins

Joseph Lawton Collins is geboren op 1 mei 1896 in New Orleans. Hij haalt een diploma aan de in 1917 en wordt tweede luitenant. Hij neemt deel aan de Eerste Wereldoorlog en wordt commandant van het 3e bataljon van het 22e Infanterie Regiment in Frankrijk in 1919.

Hij slaagt voor het Army Industrial College in 1937 en daarna voor het Army War College (Legerschool voor Krijgskunde) in 1938. Hij wordt opleidingsinstructeur aan het Army War College van 1938 tot 1940. In  juni 1940 is hij luitenant-kolonel. In 1941 wordt hij Stafchef van het VIIe Corps.

Hij is Stafchef van Hawaii van 1941 tot 1942 en opperbevelhebber van de 25e Infanterie Divisie van 1942 tot 1943 tussen Oahu en Guadalkanaal in de Pacific. Daar wordt hij door zijn mannen Lightning Joe genoemd.

Na zijn overplaatsing naar Europe, wordt Collins opperbevelhebber van het VIIe Corps bij de Invasie van Normandië (in Cherbourg krijgt hij de acte van overgave aangeboden van de Duitse strijdkrachten) en bij alle latere campagnes in 1944 en 1945 tot in Duitsland. In april 1945 wordt hij benoemd luitenant-generaal (3 sterren), daarna wordt hij Stafchef van het Leger van 1949 tot 1953 tijdens de Korea-oorlog. Hij is Amerikaans afgevaardigde voor het Militaire Comité van de NAVO tussen 1953 en 1954. Hij wordt daarna benoemd tot ambassadeur in Vietnam en blijft daar tot 1955. Daarna neemt hij tot zijn pensioen in 1956 weer zijn post in bij de NAVO.

Joseph L. Collins overlijdt in Washington op 12 september 1987. Hij ligt begraven op de nationale militaire begraafplaats van Arlington.

Matthew B. Ridgway

Matthew Bunker Ridgway is geboren in Fort Monroe in Virginia op 3 maart 1895. Hij haalt zijn diploma in West Point in 1917. Daarna geeft hij achtereenvolgens leiding aan een compagnie in Tientsin in China, wordt hij overgeplaatst naar Nicaragua en wordt hij adjudant van de gouverneur-generaal op de Filipijnen.

Bij het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog wordt Ridgway Plaatsvervangend chef van de Militaire Staf van het 4e Leger. Hij is verantwoordelijk voor de Field Ops tot januari 1942.  In augustus van dat jaar wordt hij bevorderd tot majoor-generaal en krijgt hij het bevel over de 82e Airborne Divisie. Hij leidt de divisie op Sicilië in juli 1943, daarna in Normandië in juni 1944. In september 1944, wordt hij bevelhebber van het 18e Airborne Corps en wordt hij vervangen door generaal Gavin aan het hoofd van de 82e. In maart 1945 raakt hij gewond aan zijn schouder tijdens de Operatie Varsity in Duitsland. In juni 1945 wordt hij benoemd tot luitenant-generaal en na de capitulatie van Japan wordt hij bevelhebber  van de Amerikaanse strijdkrachten aan de Middellandse Zee. Hierna wordt hij Militair Adviseur van de UNO.  In 1950 wordt hij commandant van het 8e leger in Korea en wordt hij benoemd tot opperbevelhebber van de VN in Korea in april 1951. Ook krijgt hij de verantwoordelijkheid van de gouverneur-generaal van Japan.

Na de Korea Oorlog vervangt Matthew Ridgway in 1952 generaal Eisenhower als opperbevelhebber van de geallieerde strijdkrachten in Europa en levert een belangrijke bijdrage aan de NAVO. Op 17 augustus 1953 wordt hij benoemd tot Stafchef van het Amerikaanse leger. Hij verlaat de militaire dienst op 30 juni 1955.

Matthew B.Ridgway overlijdt op 26 juli 1993 in zijn woonplaats Pittsburgh op de leeftijd van 98. Hij wordt begraven op de nationale militaire begraafplaats van Arlington.

Maxwell D. Taylor

Maxwell Davenport Taylor is geboren in Keytesville in Missouri op 26 augustus 1901. Hij studeert af in West Point in 1922. In 1926 gaat hij naar de artillerie en een paar jaar later overweegt hij diplomaat te worden. Taylor spreekt zijn talen, daarom wordt hij leraar Frans en Spaans in West Point. Hij wordt overgeplaatst naar Tokyo en leert daar Japans. In 1939 wordt hij in Peking gestationeerd als militair attaché.

Als de Tweede Wereldoorlog uitbreekt gaat Maxwell Taylor bij de 82e Infanterie Divisie (de latere 82e Airborne Divisie). Hij wordt bevorderd tot generaal in 1942 en neemt deel aan de gevechten op Sicilië en in Italië (van mei tot september 1943) als plaatsvervangend hoofd van de Artillerie en adjudant van generaal Ridgway. Hij wordt opperbevelhebber van de 101e Airborne Divisie en wordt met zijn divisie gedropt boven Normandië  tijdens Operatie Overlord in de nacht van 5 tot 6 juni 1944. In september 1944 neemt hij deel aan de Operatie Market Garden in Nederland. Tijdens de Slag om de Ardennen  in december 1944 wordt hij teruggeroepen naar de Verenigde Staten en wordt hij opgevolgd door zijn adjudant Mac Auliffe. Aan het eind van de strijd wordt hij weer opperbevelhebber van de 101e Airborne.

Na de oorlog is Taylor benoemd tot Hoofd van West Point, hij blijft dat tot 1949. Daarna geeft hij tot 1952 leiding aan de geallieerde troepen in Berlijn. Van 1953 tot 1955 keert hij terug naar de oorlog: in Korea. Hij leidt daar het 8e Amerikaanse leger. Terug in de Verenigde Staten wordt hij benoemd tot Stafchef van het Amerikaanse leger, hij voert die functie uit van 1955 tot 1959 en verlaat in juli 1959 het leger. De Amerikaanse president doet opnieuw een beroep op hem in 1962, hij gaat weer in dienst op 1 oktober 1961 als adjudant van de Stafchef van het leger en blijft dat tot 1964. Hij wordt een jaar ambassadeur in Zuid-Vietnam (van 1965 tot 1969) en speciaal adviseur en directeur van de Buitenlandse Inlichtingendienst  van de president.

Hij overlijdt op 19 april 1987 in Washington en is begraven op de nationale militaire begraafplaats van Arlington.

James Maurice Gavin

James Maurice Gavin is geboren in Brooklyn op 22 maart 1907, zijn ouders zijn Iers. Zijn doopnaam was James Nally Ryan. Zijn ouders brengen hem op zijn 2e naar het weeshuis  van het Klooster van Brooklyn waar hij in 1909 wordt geadopteerd door Martin en Mary Gavin, een mijnwerkersfamilie in Pennsylvania.

Omdat hij opgroeit onder slechte sociale omstandigheden besluit Gavin zijn adoptiefamilie te verlaten zodra hij 17 is. Hij neemt de trein naar New York.

In april 1924 meldt hij zich aan voor het leger, waarbij hij zijn te jonge leeftijd verzwijgt. Hij haalt zijn diploma in West Point in juni 1929, en hij wordt geplaatst bij het 25e Infanterie Regiment in Arizona.

In 1941 begint Gavin aan een training op de Airborne School van Fort Benning. Hij wordt meteen bevelhebber van Compagnie C van het nieuwe 503e Parachutisten Infanterie Bataljon (PIB). Generaal Lee benoemt James Gavin tot Staflid Training en Operaties (S-3). In de lente van 1942 gaan Gavin en generaal Lee naar de staf van het Amerikaanse leger in Washington  om te praten over de Amerikaanse Airborne Divisie. Besloten wordt om de 82e Infanterie Divisie als eerste om te vormen tot Airborne Divisie. In augustus 1942 wordt Gavin bevorderd tot luitenant-kolonel en daarna tot Kolonel van het 505e Infanterie Regiment Parachutisten van de 82e Airborne Divisie.

Gavin neemt in 1943 met zijn regiment deel aan de landing op Gela in Sicilië.

Gavin krijgt als bijnaam Slim Jim vanwege zijn atletische postuur. In 1943 neemt hij deel aan de landing op  Italië en wordt hij Kolonel van de divisie. Gavin wordt op 10 oktober 1943 bevorderd tot brigadier-generaal, hij is dan 36 jaar en is de jongste generaal van het Amerikaanse leger. De divisie gaat naar Ierland op 9 december 1943 om zich te hergroeperen en komt in februari 1944 in Engeland aan.

Op 6 juni 1944 landt Gavin met zijn manschappen in Normandië en leidt hij de aanval op de brug van La Fière bij Sainte-Mère-Eglise. Na zijn terugkeer uit Normandië wordt generaal Ridgway benoemd tot hoofd van het XVIIIe Airborne Corps en wordt Gavin opperbevelhebber van de 82e AB.

Op 17 september 1944 neemt Gavin deel aan de landing op Nederland tijdens de Operatie Market Garden. In oktober 1944 wordt hij benoemd tot majoor-generaal. De divisies doen ook mee aan de Slag om de Ardennen. Eind juli 1945 trekt de divisie Berlijn binnen.

Na de oorlog wordt Gavin een van de sleutelpersonen in de discussies die leiden tot de oprichting van de Pentomic Division, als Hoofd van de Afdeling Onderzoek en Ontwikkeling van het leger. Gavin gaat met pensioen in 1958 in de rang van luitenant-generaal.

Na zijn vertrek uit het leger, komt hij in dienst van een adviesbureau, hij wordt daar eerst vicevoorzitter in 1958, daarna voorzitter in 1960 en uiteindelijk directeur, tot zijn pensioen in 1977.

Tussen 1961 en 1962 is hij met speciaal verlof om – op verzoek van president Kennedy -ambassadeur in Frankrijk te zijn.

Gavin overlijdt op 23 februari 1990 en wordt begraven in de Cadet Chapel in West Point.

Don Forester Pratt

Don Forester Pratt is geboren op 12 juli 1892 in Brookfield in de staat Missouri. Hij gaat in het leger in 1917 en wordt benoemd tot tweede luitenant. In de loop van de jaren 1930 wordt hij Stafofficier in het 15e Infanterie Regiment in Tientsin in China. Van 1937 tot 1941 wordt Pratt Opleidingsofficier aan de Infanterie School van Fort Benning en Georgia.

Als de Verenigde Staten besluiten mee te doen aan de oorlog wordt Don Pratt Stafchef van de 43e DI, hij is dat van 1941 tot 1942. In augustus 1942 wordt hij bevorderd tot brigadier-generaal en ondercommandant van de 101e Airborne Divisie. Bij de landing in Normandië komt generaal Pratt op 6 juni 1944 aan in de eerste groep zwevers. Hij is aan boord van de Waco, bijgenaamd Fighting Falcon, waar ook zijn adjudant, luitenant John  L. May, de piloot, luitenant-kolonel Mike Murphy, de copiloot, de tweede luitenant John Butler in zitten. Het toestel vliegt vooraan in het konvooi van zwevers, er was snel blinderingsmateriaal aangebracht rond de cockpit  om de generaal te beschermen tegen het afweergeschut.

Toen de Waco eenmaal los was van de C-47, het sleepvliegtuig, is het toestel gaan dalen en is het perfect geland in een weiland op een paar kilometer van Sainte-Marie-du-Mont, bij Hiesville. Maar toen Mike Murphy de remmen van de zwevers in werking zette, is het toestel doorgeschoten zonder snelheid te minderen (het gras was nat en het vliegtuig bleek te zwaar beladen), daarna kwam het tot stilstand tegen een haag… Piloot Mike Murphy brak twee benen en een boomtak schoot het vliegtuig binnen op de plek van de copiloot waardoor tweede luitenant John Butler op slag dood was. Generaal Pratt zat in de Jeep achter de cockpit brak zijn nek en overleed door de klap tegen de haag. Zijn adjudant, luitenant John L. May, die ook in de auto zat maar achterin, overleefde het wel.

Generaal Anthony McAuliffe plaatsvervangend commandant van de artillerie, zal Pratt vervangen als ondercommandant van de 101e AB. Het stoffelijk overschot van de generaal is eerst in een parachute gewikkeld en in Normandië begraven. Na de oorlog is Pratt officieel begraven  op de nationale militaire begraafplaats Arlington op 26 juli 1948.

Hij is de eerste hooggeplaatste geallieerde officier die is gestorven tijdens de strijd in Normandië.