Douglas C-47 Skytrain

Op 17 december 1935 maakte het transportvliegtuig DC-3 van de Douglas Aircraft Company voor het eerst een (commerciële) vlucht in de Verenigde Staten. In 1942 werd het toestel aangepast aan de militaire eisen. De US Air Force noemde hem C-47 Skytrain, de RAF doopte hem om tot Dakota. Het transportvliegtuig is multifunctioneel, robuust en makkelijk te onderhouden. Het is in de Tweede Wereldoorlog op alle fronten ingezet, in Europa, maar ook in de Pacific en op het Aziatische strijdtoneel. De C-47 is met name gebruikt voor het droppen van mensen en materieel om zwevers te slepen en goederen te vervoeren. Op 6 juni 1944 namen 821 C-47 vliegtuigen deel aan de luchtlandingsoperaties boven de Cotentin tijdens Operatie Neptune. Zij dropten 13.348 soldaten van de 82e et 101e Airborne Divisies met hun materieel en hebben 512 zwevers gesleept op D-Day en D+1.

 

De C-47 The Argonia

          C-47 airborne Museum Sainte mère Eglise

Het transportvliegtuig C-47 serienummer US Army Air Force 42-1OO825 (dat te zien is in het Airborne Museum in Sainte-Mère-Eglise) nam deel aan de luchtlandingsoperatie van 6 juni 1944. Het was een toestel van het 92e Eskadron van de 439e Eenheid voor Troepentransport van de 9e US Army Air Force.

Met dit vliegtuig dropten luitenant Charles H. Imschweiller en zijn bemanning manschappen van het 5O6e Parachutisten Infanterie Regiment van de 1O1e Airborne Divisie. De volgende dag sleepte de C-47 een Horsa zweefvliegtuig met daarin soldaten van het 325e Glider Infanterie Regiment van de 82e Airborne Divisie.

Op 15 augustus 1944 voerde het toestel twee missies uit voor de landing in de Provence in de omgeving van Muy. Bij de eerste werden onderdelen gedropt van het 517e Parachutisten Regiment en bij de tweede werd het zweefvliegtuig Waco CG-4A gesleept met daarin soldaten van het  442e Infanterie Regiment. Op 17 september 1944 werd de C-47 (bestuurd door luitenant Porter A. Smith) vanuit Engeland ingezet om het zweefvliegtuig Waco CG-4A naar de Drop Zone van Groesbeek in Nederland te slepen. Op de 18e voerde luitenant Lavern H. Mays eenzelfde missie uit in dezelfde sector. Tijdens deze twee sleepacties werd de infanterie vervoerd van de 82e Airborne Divisie. Tijdens de hele oorlog is de C-47 ook intensief gebruikt voor het transport van logistieke en sanitaire voorzieningen. Het toestel zou ook deelgenomen hebben aan een dubbele sleepactie van de Waco CG-4A zweefvliegtuigen die tijdens de operatie werden ingezet voor de Rijnoversteek op 24 maart 1945. Na de oorlog werd het toestel verkocht omdat het overtollig was geworden. Het is omgebouwd tot een DC-3 passagiersvliegtuig voor vluchten in Europa en de Verenigde Staten. In 1962 werd het gekocht door Frankrijk en werd het weer een C-47 voor Squadron 56-S op het marine vliegveld in Nîmes-Garons waar het dienst deed als opleidingstoestel voor het cabinepersoneel van de Nationale Marine. Na een opknapbeurt in 1981, kocht Yves Tariel het van het Ministerie van Defensie om het een plek te kunnen geven in het Airborne Museum in Sainte-Mère-Eglise. Bij de restauratie was nog niets bekend over zijn inzet en wapenfeiten gedurende de Tweede Wereldoorlog. Het toestel werd geïdentificeerd als C-47 n°43-15159 The Argonia, het belangrijkste toestel van kolonel Charles H. Young, commandant van de 439e Eenheid. In de nacht van 5 op 6 juin 1944 leidde The Argonia  80 C-47 vliegtuigen in de strijd, waaronder ook de 42-1OO825. The Argonia dropte kolonel Robert F. Sink, commandant van het 5O6e Parachutisten Infanterie Regiment van de 1O1e Airborne Divisie. Op 28 maart 1982 dropte de C-47 bij zijn laatste historische vlucht veteraan Robert M. Murphy Pathfinder van de 82e Airborne Divisie op D-Day en Yves Tariel boven het voormalige vliegveld A-6 van La Londe in Sainte-Mère-Eglise. Inmiddels heeft het toestel een heel andere missie: eer betonen aan de eerste bevrijders en aan de bemanningen van de Transporttroepen van de US Army Air Force. Mannen die de vijand tegemoet vlogen in niet-geblindeerde en onbewapende vliegtuigen…